In februari bezocht onze collega Carla, Coördinatrice Fundraising & Communicatie, de Don Bosco-school in Masina (D.R. Congo). Daar ontmoette ze mevrouw Kapumba, docente van de opleiding bakker-banketbakker.
Bij het binnenstappen golft een drukkende warmte ons tegemoet. De airco – een niet onbelangrijke tool in een banketbakkerij – is stuk. De hitte van buiten wordt versterkt door die van de ovens, vol heerlijk geurend brood, die op volle toeren draaien.
Mevrouw Kapumba, de docente, merkt onze verhitte gezichten op. Ze licht toe: “We hebben geen airco in ons atelier. Dus passen we ons aan. Dat is vooral belangrijk voor producten zoals slagroom, die halen we pas op het allerlaatste moment uit de koelkast en stoppen we er nadien weer zo snel mogelijk in.”
| CFP Masina |
|---|
| Aantal leerlingen : 84 |
| Opleidingen : bouw, naaien & bakker-banketbakker |
Een boodschap die getuigt van veerkracht. Maar lang laat ze ons hier niet bij stilstaan. Ze troont ons onmiddellijk mee naar de werktafel, waar de leerlingen vol ijver deeg in porties verdelen en uitrollen. Handmatig. Want een deeguitrolmachine is er nog niet.
Mevrouw Kapumba: “Hier bakken we brood, wafels, taarten, enzovoort. Alles wat we bakken, verkopen we later diezelfde dag op de markt in Kinshasa. Daarmee kunnen we vervolgens nieuwe grondstoffen aankopen, zoals bloem en boter.”

Maar die opbrengst is beperkt. Gemiddeld maakt de bakkerij 400 à 500 dollar winst, nauwelijks voldoende om nieuwe grondstoffen aan te kopen. Geld om te investeren in de opleiding van de jongeren en het onderhoud van de bakkerij, is er dus niet. Daarvoor moeten ze op ondersteuning van buitenaf rekenen.
Want zonder deeguitrolmachine gaat het werk traag, en komt er – letterlijk en figuurlijk – weinig brood op de plank.
En bovendien worden de jongeren zo ook beperkt in hun leermogelijkheden. Want als ze later in een bakkerij gaan werken, of misschien zelfs hun eigen bakkerij openen, zullen ze wél met deze toestellen moeten werken.
Toch blijven de bakkersleerlingen enthousiast, leergierig en – bovenal – vastberaden om te kneden aan een betere toekomst.
En dat zien ook de werkgevers. Meneer Mbianshu, diensthoofd tewerkstelling verbonden aan de school in Masina, vertelt trots: “75% van onze leerlingen vindt meteen een job. Vaak worden ze al tijdens hun stage benaderd door werkgevers, die polsen of de leerlingen nadien bij hen aan de slag willen gaan. Dat toont hun tevredenheid over onze leerlingen.”
| Zeg nooit zomaar ‘brood’ in Kinshasa. In de D.R. Congo begint de dag met brood. Vaak is dat de klassieke baguette. Of de pain carré. Daarnaast is er nog de zoetere kibuku. Sommige broden krijgen zelfs een naam. Zoals kanga journée: ‘genoeg om de dag mee door te komen’. |
Wilt u de bakkersopleiding in Masina mee vormgeven door bij te dragen aan een nieuwe deeguitrolmachine?
Ook een klein bedrag maakt een groot verschil voor deze (banket)bakkers in spé.

